Het Universum van de Dingen - Marthe van de Grift

BLOG


HET UNIVERSUM VAN DE DINGEN


Melkinstallatie, Centrum Beeldende Kunst (CBK) Groningen, 2019.


BALK, KOP, STOEL

Woensdag 9 oktober


Tak en balk

De balk is afgegoten in gips! Niet op de manier waarop ik wilde - ik ben nog met latex bezig - maar door een langwerpige bak te maken van hout, zodat het gips het houtreliëf over neemt. Het werkt heel goed, het lijkt echt een houten balk. Totdat je dichterbij komt en bepaalde gipskenmerken begint te herkennen. Natuurlijk heeft de gipsbalk een negatief houtreliëf, op bepaalde plekken kun je dat zien en dat ziet er dan ook een beetje vreemd uit. Ik vind dit interessant, maar wil toch ook het afgieten door middel van een latex mal proberen. Ik ga dit met de tak ook doen namelijk. 

Ik heb ze eerst ingesmeerd met meerdere lagen latex en op de rechterfoto zie je hoe ik de bak met de balk nadien volgiet met latex. Dit moet nu best lang drogen voordat ik de mal kan opensnijden en de tak eruit kan halen. Omdat latex 10% krimpt, moet ik de steunmal (de bak) daar later op aanpassen, anders zit de mal te los in de steunmal en krijg ik een vervormde balk. Ik had bij de kleinere takken dat het gips vanwege het krimpen vaak tussen de twee delen ging doorsijpelen. Vandaar dat ik nu ervoor kies om een rechthoekige mal uit een deel te maken waarop ik de houten bak kan aanpassen als het krimpt. Hopelijk gaat alles zoals ik het gepland heb!

gipsen balk

latex gieten

Kopjes

Ik heb altijd al een fascinatie voor koffiekopjes gehad maar nooit echt geweten wat ik ermee moest. Tot nu! Dit werk is eigenlijk een samensmelting van twee eerdere sporen: het afgietsel van de buitenkant van een koffiekopje waardoor er weer een soort kop ontstond (zie foto in blog 12 april) en een afgietsel van mijn tepel waar mij werd gezegd dat het deed denken aan een sake-kopje. Ik vond het idee dat je op zo’n manier uit een tepel of een borst drinkt zo mooi! Tegelijkertijd is het een alledaags gebruiksvoorwerp. Ik noem ze maar even borstenkopjes. Zonder erbij stil te hebben gestaan is het een belichaming geworden van die relatie tussen mens en voorwerp waar ik het vaak over heb. Ik vind het nu al een heel mooi voorwerp maar wil er nog mee verder. Ik heb al een variatie gemaakt waarbij het kopje rechtop kan staan doordat de tepel in het schoteltje wegzinkt. Misschien moet het schoteltje ook nog wat fijner of kleiner. En er komt denk ik geen oortje aan, want je wilt het kopje natuurlijk gewoon in je handen houden. 

Stoel

Een ander spoor dat ik volg is een onderzoek naar de relatie tussen mijzelf en een tuinstoel, tot nu toe door middel van film en fotografie. In het filmpje hiernaast zie je hoe ik verschillende posities aanneem ten opzichte van de stoel. Je ziet hoe ik zoek en twijfel. Ik probeer de standaard verhouding van mens tot stoel los te laten en te spelen met het ding op zich en de rollen die mij en de stoel toebedeeld zijn. Belangrijk in dit filmpje zijn ook de nuances: de twijfel en het proberen, de momenten tussen de posities. Dat maakt het filmpje interessant.

De foto’s zijn veel esthetischer en gaan meer over beeld: tactiliteit/oppervlak en vorm. Ik ben er nog niet uit wat ik vind en wat ik moet met het verschil in esthetiek in deze twee uitingen (film en foto's). Ze zijn zo anders, en toch hebben beide hun eigen kracht. Ik vraag me wel eens af, en ook in dit geval, of de esthetiek in de weg kan staan van mijn onderzoek. Of kunnen het filmpje en de foto’s naast elkaar bestaan? Misschien juist wel omdat het uiteindelijk twee best verschillende dingen zijn? Is dat niet juist gewoon wel eens lekker om naast elkaar te zien? Als het filmpje esthetisch was, zou dat afleiden: het heeft een zekere realiteit nodig. En als de foto's niet esthetisch waren, waar gaan ze dan over? Dan gaan dus ze veel minder over beeld en kom je weer dichter bij het concept van het filmpje, maar dan heb je dus die nuances nodig. Kortom, beide benaderen ze de stoel en het lichaam net even anders. Geen idee wat beter is en hoe zich dit ontwikkeld, maar dat maakt het ook interessant.

TAK LAT BALK

maandag 23 september 2019


Inmiddels ben ik een paar stappen verder met de tak en vraag ik me af welke kant ik op moet. De fascinatie voor de tak en de lat begon met een filmpje van Joëlle Tuerlinckx waarin ze vertelde over een voorwerp dat leek op een kruk met een box erop dat ze had gemaakt, een van de poten was een tak. Zij vond dat het object een ‘ancestral’ of ‘archaic’ sfeer bracht, en dat de tak dit object tot een dinosaurus of een olifant (of zijn voet) veranderde. Ze noemde het een object dat een verhaal los maakt.


Een lat is een tak is een lat

Ik daarentegen was vooral geïnteresseerd in hoe de tak naast de latten bestond, misschien als een vreemd broertje maar vooral als gelijkwaardige. Ik wilde ik dit verder onderzoeken. Het idee dat de houten latten een soort duplicaten van zichzelf lijken, zette mij aan tot het dupliceren van een kleine tak (dit deed ik - zoals je leest in mijn vorige blog - door middel van een tweedelige latex mal) en speelde met het idee om iets te bouwen/te construeren van allemaal ‘dezelfde’ takken. Maar waarvan ga ik de takken maken? Gips ligt voor de hand, en het idee dat het een organische vorm is, gemaakt uit organisch materiaal maar niet de juiste, vond ik interessant. Ik heb meerdere van dezelfde tak gemaakt, van gips en twee soorten cement, om te kijken hoe het materiaal zich gedroeg. Ondertussen gaat het werk ook over gecultiveerde natuur. 


Een balk is een tak is een balk

De takken waren behoorlijk klein en wilde kijken hoe het was als ik met grotere takken werkte. (Een bekende valkuil van mij is om zo in het werk op te gaan dat het bij voorbaat klein en handzaam is. Ik probeer hier bewuster mee om te gaan door een stap terug te nemen en te kijken of het werk het juiste formaat heeft. Tegelijkertijd schuw ik praktische oplossingen niet en vind dat dat ook een onderdeel van het werk moet kunnen zijn.) Daarnaast merkte ik dat ik van mijn eerste fascinatie was gedwaald, ik was een zijweg ingeslagen en wilde terug naar de kern van die eerste fascinatie: een witte tak en een witte lat die naast elkaar bestaan als gelijken. Daarom heb ik een echte tak en een balk van 2,5 meter wit geschilderd, om te zien hoe het zou zijn als ze naast elkaar staan. Kleine moeite om ook voor de kleine takken een wit lattenbroertje te maken, dus dat deed ik.

Over vorm, kleur en materiaal

De witte tak en de witte balk staan naast elkaar tegen een witte muur, maar ik ben er niet tevreden over. Ik heb erover gedacht om een donkere langhoek op de muur te schilderen, zodat de vormen benadrukt worden. Maar als ik nu naar de tak en de balk kijk, zijn het gewoon een witgeschilderde tak en een witgeschilderde balk naast elkaar, ook als ik er een donker vlak achter schilder. Ik hou wel van directe beelden, maar dit is saai en staat niet in verhouding tot de gedachten die ik hierover heb. Ik weet ook niet of ik het uit een ander materiaal wil namaken, want verleg ik dan niet de focus van het werk? Als ik de tak en de balk beide in gips namaak, wordt het dan niet teveel? Ik wil altijd graag een soort van directheid in mijn werk, en dit zijn twee verhalen door elkaar heen: tak en balk komen uit dezelfde bron (lees: boom), maar er zit dan dus een twist in want ze zijn plots van gips. Ik ben er nog niet uit of dit juist nodig is om het interessant te maken, of dat het teveel wordt en ik het meer in een andere context moet zoeken. Een context waarbij de echte tak en de balk niet alleen qua kleur, materiaal, lengte en breedte gelijkwaardig zijn, maar ook in functie. Een balk is om iets te dragen, dus misschien moeten de tak en de balk samen iets dragen.


Kleine takken grote takken

Ik zou het wel goed vinden als de kleine takken terug komen in de expositie. De grote tak en balk ziet de toeschouwer als eerste, dus dat moet een sterk statement zijn dat bij de toeschouwer een gedachtengang over het onderwerp losmaakt. Daarna zou hij de nuances in mijn onderzoek kunnen vinden wanneer hij de kleinere takken op een andere plek in de expo tegenkomt. Daarnaast wordt ermee de schaal van de grote en kleine takken benadrukt. De toeschouwer ziet dat de kleine takjes duplicaten van elkaar zijn, en vraagt zich dan ook af wat deze duplicaten met de grote tak te maken hebben.


VRAGEN OF ANTWOORDEN

donderdag 11 juli 2019


Over de vluchtigheid van tijd gesproken: ik heb al een tijd lang niet geschreven. Dit komt omdat ik bijna alleen nog met werk in opdracht bezig ben. Heel leuk natuurlijk, maar de deadlines, het geld en de verantwoordelijkheid naar anderen zorgen ervoor dat ik dit steeds voor mijn vrije werk laat gaan - en we zijn al op de helft van dit jaar. Ik heb daarom besloten om vanaf september mijn agenda te blokken voor dit project.


Een tak en een lat

Anders dan bovenstaande je doet geloven heb ik tussendoor nog wel dingen gemaakt. Mijn gedachtenspinsels over de overeenkomsten en de verschillen tussen een tak en een lat leidden tot het maken van een mal voor een tak. Ik wilde kijken hoe het was als ik hem dupliceerde in gips of cement. Het idee is om dit uiteindelijk met een tak van twee tot drie meter te doen. Een natuurlijke vorm van natuurlijk materiaal, maar niet de juiste. Of misschien wordt het wel gewoon een wit geschilderde tak naast een wit geschilderde lat, of misschien bouw ik iets uit allemaal dezelfde ‘takken’, of ga ik de Kosuth kant op en doe iets met one and three takken.

Het kader van een werk

Ik heb mijn werkplan nagelezen en besefte me eens te meer dat aparte werken die los van elkaar bestaan niet de juiste manier is om mijn proces te integreren. Proces is iets vloeibaars en bestaat niet uit afgebakende ideeën en uitwerkingen. Dat takkenwerk bijvoorbeeld, gaat ook juist om het onderzoeken, van de mentale en fysieke aspecten - en ik weet niet of er uiteindelijk een kunstwerk uit komt. Ook mijn idee van verschillende fotowerken die verschillende componenten bevatten is niet de manier, want waar is dan de ruimte voor die vluchtige geniale ingeving dat een ander onderwerp beslaat? Een onbedoeld bijgevolg van mijn werkplan is dat de werken een bepaalde body moeten hebben en daarin gekaderd moeten zijn, alleen in zichzelf associaties toestaan. Want ik dacht dat mijn proces of onderzoek per onderwerp gezien kon worden, maar het is veel vloeiender, veel associatiever, en dat beperkt zich niet tot één onderwerp. Soms vraag ik me af hoe bewust ik mijn werk en beroepspraktijk moet sturen. Vertrouw ik erop dat alles wat ik doe en wil doen vanuit een soort essentie komt en mijn praktijk sterkt? Of is het beter het nog bewuster in paden te leiden?

Zoveel vragen en zo weinig antwoorden

Ondanks dat antwoorden veel minder interessant zijn dan vragen wil ik vanaf september toch graag af en toe feedback van een ervaren kunstenaar. Iemand die mij kan helpen in deze zoektocht naar de vormgeving van mijn werk. Een kunstenaar die ik erg waardeer en graag eens mee zou praten is Joëlle Tuerlinckx. Zij heeft een sterk standpunt als het gaat om onderzoek, bovendien bevat haar werk en haar manier van werken een soort openheid die ik ook graag in mijn werk zou zien. Een grappig feit is dat ik zes jaar geleden al over haar geschreven heb in mijn afstudeerscriptie (De maker van betekenis). Toen al was ik gefascineerd door perceptie, interpretatie en betekenis, alleen maakte ik destijds installaties. Leuk dat dat toch weer terug komt. Vandaag las ik een oud interview met haar in de Witte Raaf, waarin ze vertelt dat het resultaat van het onderzoek immaterieel en ontastbaar is: “De veronderstelling dat je je onderzoek kunt presenteren of zelfs exposeren is dus intrinsiek tegenstrijdig”. Is dat de reden waarom ik zo loop te zoeken?

Voor de geïnteresseerden is hier het interview met Joëlle Tuerlinckx te lezen.

OVER TIJD EN VLUCHTIGHEID

woensdag 8 mei 2019


Ik merk dat ik instagram een fijn platform vind om mijn werk te laten zien. Vooral de stories werken goed: ik kan mijn proces van die dag laten zien en na een tijdje is er weer iets anders te zien. Net zoals in het echt. Niet dat ik per se wil dat het niet meer terug gekeken kan worden, maar het is goed dat het niet constant een onderdeel is van mijn feed. Dit geeft mij dingen om over na te denken.

Essentiële vragen

Eind december heb ik een expositie waarin ik een stap wil hebben gemaakt met het integreren van mijn proces in mijn werk (of het proces volwaardig opzichzelfstaand werk durven te noemen). Maar hoe kan ik - in zo'n expositievorm, zo'n momentopname - mensen in mijn proces meenemen als het kenmerk van proces is dat het nooit stilstaat en zich altijd ontwikkelt? Werkt dat in een 'stilstaande' expositie? Moeten mensen bijvoorbeeld zelf kunnen bladeren door een boek? Als in de stories van instagram? Of moet ik slechts de artefacten van mijn proces aanbieden, of moet ik misschien werken met vluchtige media, net als instagram, om mijn proces over te brengen? Of is de blik van een kijker in de expositie vluchtig genoeg? Moet er een chronologische volgorde aanwezig zijn? Hoe chronologisch is proces? Moet ik de mensen eigenlijk wel in hetzelfde proces als ik willen meenemen? Wil ik niet juist dat ze zelf verder gaan met mijn werk? 

Hoe belangrijk is het aspectijd in deze kwestie? Wat denk jij?

klik hier om mijn instagram te bekijken

PART OF THE PROCESS

vrijdag 12 april 2019


Klein eureka momentje dat geen eureka momentje had hoeven zijn (maar ook als kunstenaar kan je een bord voor je kop hebben): hoe kan ik bezig gaan met het proces als ik me de hele tijd druk maak over de presentatie ervan. Dat proces staat namelijk in eerste instantie helemaal los van de presentatie. Denk ik.


Loslaten

Deze eerste weken staan echt in het teken van het loslaten, geloof ik. Het loslaten van vaste vormen en mezelf de ruimte geven. Het kader van het plan loslaten en het kader van het fotografisch medium. Dat is ook precies de behoefte waar het werkplan uit voort komt. Dus hoewel ik zo erg zit te worstelen en het niet op lijkt te schieten, is dit waarschijnlijk een hele waardevolle tijd. Part of the process? Het doet me goed dit te realiseren. Dat proces is dus ook: dingen die mislukt lijken te zijn. En die dingen zijn een noodzakelijk onderdeel. Ook dat wist ik eigenlijk wel, maar gevoelsmatig ligt dat anders. 

En ik ben nog niet klaar met loslaten: dat NL thema hè, daar wilde ik dus bewuster mee bezig zijn. Mmmmmja... dat werkt niet merk ik. Waarom niet? Omdat mijn werk over andere dingen gaat. Dat het vaak typisch Nederlandse onderwerpen/voorwerpen zijn, is een voortvloeisel uit die andere dingen. Een voortvloeisel dat me wel een zeker gedachtengoed geeft, maar daar laat ik het bij - voor nu. 


Over presentatie en proces

Dat loslaten bevalt me wel, want ik heb een goede week achter de rug. Ik merkte hoe fijn het werkt als ik alle dingen/pogingen/werkjes (hoe moet ik ze noemen?) samen ophang of neerleg. Gewoon om het voor mezelf op één plek te hebben en afstand te kunnen nemen. Is dat presentatie? Het is alsof de verschillende dingen elkaar bestaansrecht geven. 'Samen staan we sterk' of zo. Dat geeft me vertrouwen! Ik moet dus wel de ogenschijnlijk nietige momenten in mijn proces een soort sokkel geven. Of misschien beter: ruimte om te bestaan. 

HET PLAN MET DE GROTE P

dinsdag 12 maart 2019


Ik ben nog maar net bezig en het Plan heeft mij in de houdgreep. Hoewel ik het een goed werkplan vind, ben ik helemaal niet van een plan. Ik wil er vanaf. Dat kan natuurlijk helemaal niet, want ik heb geld gekregen voor dit plan. Ik moet het anders benaderen, want ik werk mezelf vast. Ik wil me focussen op het proces, maar door het werkplan ben ik bezig met het eindresultaat.


Proces

Tijdens de Wildvang expositie in het CBK afgelopen december wilde ik alvast mijn werkplan in de praktijk brengen. Toen ik daarmee bezig was, merkte ik al direct dat ik geen gelikte, affe werken moest proberen te maken. Ik wilde namelijk graag - zoals de schets in mijn werkplan - een paneel met die verschillende componenten uit mijn ‘melkonderzoek’. Ik heb weken gezocht naar de juiste opstelling en presentatie van dat werk maar het wilde niet lukken. Ik kon niet de feeling van het proces vangen. Alles samen op het paneel werd niet de interessante optelsom die ik voor mij zag, maar slechts losse elementen: te stilistisch en er was geen proces aan af te lezen.

plattegrondje van de melkinstallatie

Tot ik op een gegeven moment op een avond hopeloos zat te kijken naar hoe alles op de grond bij het paneel stond, en dacht: dit is het! Dit is wat ik wil laten zien! Midden uit het proces gegrepen. Suggestief. Terloops. Potentieel. Ik moet het helemaal niet tot één werk willen maken, en het moet ook niet ‘af’ zijn. Mijn onderzoek is overigens nooit af. Wel moest dat paneel erbij. Uit zo’n wit paneel spreekt mogelijkheid en potentieel, als een blank canvas. Het lege paneel en de dingen op de grond fungeerden als een uitnodiging voor de kijker. Op dat moment kwam ik erachter hoe belangrijk ik het vind dat de kijker in mijn onderzoek stapt en ermee verder gaat. Dit bevestigt weer waarom het belangrijk is het procesmatige van mijn werk te laten zien: op die manier kan ik de kijker meenemen in mijn gedachten en bevindingen.


Terug naar het begin

De afgelopen week heb ik dus weer zitten worstelen met dat plan, ook omdat ik de verantwoordelijkheid voel het uit te voeren. Totdat ik bij mezelf dacht: waar gaat dit plan uiteindelijk over? Niet per se over het maken van ruimtelijke fotowerken, maar over het integreren van het proces. En de vraag is: hoe? Daar ga ik mee bezig, en dat wil ik ruimtelijk doen én met foto’s.


En daarom hier een video die ik vandaag maakte:

DIE NEDERLANDSE IDENTITEIT

maandag 11 maart 2019


Vanwege de verhuizing ben ik er even tussenuit geweest dus het voelt alsof ik van niets moet beginnen. Gelukkig helpt mijn werkplan hierbij en voel ik het weer kriebelen als ik het lees.

Typisch Nederlands

In mijn werkplan staan verschillende voorbeelden van voorwerpen die ik interessant vind om te onderzoeken. Toen ik dit lijstje wilde uitbreiden merkte ik dat het best moeilijk is om goede voorwerpen te vinden. Ze moeten wel typisch Nederlands zijn, maar niet uitgemolken zoals klompen. Van die typische dingen waar je eigenlijk nooit bij stil hebt gestaan. En in hoeverre mag iets dan in het buitenland wel of niet bestaan? Niet elk voorwerp/ding is geschikt: om er iets mee te kunnen, moet het concreet en specifiek genoeg zijn om erop te kunnen voortborduren op de manier waarop ik wil (absurdistisch), maar het moet ook genoeg associaties/connotaties om zich heen hebben zodat het me genoeg ruimte biedt. Melk is bijvoorbeeld heel geschikt: heel specifiek en simpel als typische drank bij de Nederlandse lunch, en tegelijkertijd heeft het een wereld aan connotaties, gebruiken en geschiedenis.


Politiek

Mijn vader vindt dat ik een heel actueel maatschappelijk/politiek thema onderzoek. Over identiteit enzo. En dat is ook zo, maar daar zit niet mijn interesse. Mijn interesse zit in het openbreken van de gesystematiseerde logica van ons dagelijks leven. Ik wil het dichtbij houden. Mijn focus ligt bij mijzelf en bij de individuele kijker en zijn directe omgeving. Voorbij 't intellect. Uiteindelijk kan je alles wel linken aan de politiek, maar dan doe je als kunstenaar dus gewoon weer gezellig mee met het systeem.



HET BEGIN

Maandag 11 maart 2019


Het is zover! Dit is officieel het eerste bericht in mijn blog Het Universum van de Dingen! Ik ben dit blog begonnen naar aanleiding van het gelijknamige projectplan waarmee ik het Hendrik de Vriesstipendium won. Komend jaar ga ik hiermee aan de slag en eind december 2019 laat ik mijn bevindingen zien in het Centrum Beeldende Kunst (CBK) Groningen.


Het Plan met de grote P

Wat het plan inhoudt? Kort gezegd: mijn proces meer integreren en meer ruimte te geven door buiten het kader van de foto stappen. Mijn manier van werken is onderzoekend: door middel van experiment ontdek en bestudeer ik de logica van de wereld om mij heen. Mijn werkwijze is het afgelopen jaar langzaam veranderd van beschouwend naar ondervindend: een werk komt nu meer voort uit een ervaring of een experiment met de wereld om mij heen in plaats van alleen een waarneming ván de wereld om mij heen. Hierdoor is het proces voorafgaand aan de foto een grotere rol gaan spelen. Nog voordat ik de foto maak gebeurt er al veel interessants tijdens het onderzoek, zaken die soms wel en soms ook niet in het uiteindelijk vastgelegde beeld terugkomen.

Mijn projectplan is natuurlijk uitgebreider en specifieker dan dit. Als je hier meer over wilt weten kun je mijn projectplan hieronder lezen.

Dit blog is bedoeld om mijn proces te transformeren naar woorden. Om me te helpen reflecteren op mijn werk en hopelijk in het vinden van manieren waarop ik het proces meer ruimte en bestaansrecht kan geven.


Powered by SmugMug Log In